Service:Het spel begint met een onderhandse of bovenhandse service, men laat de bal achter de lijn op de grond stuiteren alvorens hem over het net te slaan; de bal mag ook direct uit de hand geslagen worden.De serveerder wordt door het lot bepaald. De verliezer van de toss mag de speelkant kiezen.Bij het serveren dient men achter de lijn te gaan staan. Er is bij een foutieve opslag géén tweede service.De bal mag in het gehele speelveld landen. Dus ook in de tramrailsIn geval van een vaste rode baan, worden in principe de officiele vakken aangehouden. Bij onderling overleg mag hiervan afgeweken worden.
Na elke game wordt er gewisseld van service.
Indien de bal bij de service het net raakt, doch wel goed neerkomt, moet de service worden overgespeeld (let).

Telling:Geteld wordt volgens de normale tennistelling: 15-0 / 30-0 / 40-0 enz. Bij 40 – 40 is het game voor degene die nu als eerste het punt maakt. Voordeel en/of nadeel bestaan niet in de rode competitie.
Tijdens het spel mag de bal telkens maar één keer stuiteren voordat deze wordt teruggespeeld.
De volley en smash zijn toegestaan.
Bij de service moet de bal eerst één keer gestuiterd hebben, alvorens hij mag worden teruggeslagen.
Uiteraard is de bal die de lijn(en) raakt goed (=in).
Wie als eerste 6 games heeft, is winnaar
Het is de bedoeling dat de begeleiders de kinderen helpen met tellen. Het is wellicht handig de spelregels te kopieëren en om deze van te voren te laten bestuderen.

Ballen:Er wordt gespeeld met de ‘rode bal’ (stage 3).Per baantje zijn ongeveer 1 of 2 ballen nodig.

Algemeen:Elke week spelen 2 teams tegen elkaar. De ontvangende vereniging is gastheer en draagt zorg voor de organisatie (invullen competitieformulieren, ballen, e.d.)Er worden 6 partijen gespeeld in het enkelspel. Wie als eerste zes games heeft, is winnaar.Voor de eerste wedstrijd dienen de begeleiders in onderling overleg de ploegopstelling te bepalen. Mochten de begeleiders hier niet uit komen, dan dient de indeling apart op een separaat blaadje ingevuld te worden, waarna er volgens deze opstelling wordt gespeeld.Een kind mag maximaal 2 wedstrijden per wedstrijddag spelen.Voor elke gewonnen wedstrijd ontvangt de winnaar 2 punten en de verliezer 1 punt.De scores van de zes wedstrijden worden bij elkaar opgeteld. Dit is de eindscore.

Speelveldafmeting:
Er wordt gespeeld op een rode tennisbaan. Dat wil zeggen dat er over breedte van de tennisbaan veldjes gemaakt worden

Als uw vereniging beschikt over een officiële vaste rode baan, kan daar natuurlijk ook op gespeeld worden.

Eventueel kan er ook gespeeld worden in de servicevakken incl. tramrails. Zo kunnen op 1 tennisbaan 2 wedstrijdjes naast elkaar gespeeld worden.

Vragen?
Voor vragen kunt u zich altijd wenden tot de betreffende commissie Tennisstimulering of de coördinator Tennisstimulering:
Voorzitter Tennisstimulering district West Brabant: Dhr. Alex Oonincx, tel. 06-38979481Voorzitter Tennisstimulering district Centraal Brabant: Mevr. Mieke Gadella, tel. 0416-336129Voorzitter Tennisstimulering district Oost Brabant: Mevr. Patricia Janssen, tel. 040-2542819Voorzitter Tennisstimulering district Limburg: Mevr. Sandra Tummers, tel. 045-5790708Coördinator Tennisstimulering: Janneke Verwoert, tel. 088-1302730 / j.verwoert@knltb.nl

Service:De serveerder wordt door het lot bepaald (tossen).Bij het serveren dient men achter de achterlijn van het oranje veld te staan.
Men mag zowel bovenhands als onderhands serveren. (rechtstreeks vanuit de hand, zonder stuit)
Men heeft een 1e en 2e service.
De bal moet bij de service in het service-vak stuiten.
De ontvanger moet de bal eerst een keer laten stuiteren.
Na een game mag de ander serveren. Bij een oneven aantal gespeelde games, wordt van kant gewisseld.
Indien de bal bij de service het net raakt, maar wel goed neer komt, wordt een let gespeeld.
Indien er 2 velden op 1 tennisbaan zijn gemaakt, telt de traimrails tijdens het spel (slagenwisseling) mee!!

Telling:Er wordt geteld volgens de normale telling: 15-0 / 30-0 / 40-0 enz. en met voordeel en nadeel.Tijdens het spel mag de bal telkens maar eenmaal stuiten, voordat deze wordt teruggespeeld.De volley en smash zijn toegestaanEen bal op de lijn is in.Wie als eerste zes games heeft, is winnaar.

Ballen:Er wordt gespeeld met de ‘oranje bal’ (stage 2).Per oranje baan zijn ongeveer 2 of 3 ballen nodig.

Algemeen:Elke week spelen 2 teams tegen elkaar. De ontvangende vereniging is gastheer en draagt zorg voor de organisatie (invullen competitieformulieren, ballen, e.d.)Er worden 6 partijen gespeeld in het enkelspel. Wie als eerste zes games heeft, is winnaar. Voor de eerste wedstrijd dienen de begeleiders in onderling overleg de ploegopstelling te bepalen. Mochten de begeleiders hier niet uit komen, dan dient de indeling apart op een separaat blaadje ingevuld te worden, waarna er volgens deze opstelling wordt gespeeld.Een kind mag maximaal 2 wedstrijden per wedstrijddag spelen.Voor elke gewonnen wedstrijd ontvangt de winnaar 2 punten en de verliezer 1 punt.De scores van de zes wedstrijden worden bij elkaar opgeteld. Dit is de eindscore.
Belijning:
Speciale aandacht willen wij vragen voor de belijning. Wij vragen u hier serieus mee om te gaan.
Bij het maken van rode- en vooral oranje velden worden extra lijnen gemaakt. Hoe deze lijnen aangebracht kunnen worden, hangt af van de ondergrond van de banen. Bij hardcourt en kunstgras is tape een mogelijkheid. Bij gravel (-achtige) banen kunnen extra lijnen (band of echte lijnen) met spijkers vastgezet worden. Ook kunnen lijnen eenvoudig met de voet (of met meel of bloem) in het gravel getekend worden (deze moeten wel af en toe bijgewerkt worden).

Bij verschillende tennisspeciaalzaken (ook via internet) zijn speciale belijningen te koop. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Janneke Verwoert: tel. 088-1302730 / j.verwoert@knltb.nl

Belangrijk is dat, hoe de rode of oranje veldjes ook gemaakt worden, er altijd een veilige situatie bestaat (geen slangen vlak naast het veld, geen losliggende lijnen etc).
Speelveldafmeting:
De oranje baan is niet alleen langer maar ook breder dan een rode baan. Door de bredere baan ervaren kinderen dat tennis een spel is waarbij je de tegenstander kan laten bewegen over de baan. Kinderen leren dat zij de tegenstander “uit positie” kunnen spelen en dat “naar het net toe gaan” loont.

Regelmatig wordt bij oranje toernooien en competities gekozen voor een speelveld waarbij voor de breedte het servicevak en de tramrails worden gebruikt. De breedte van een dergelijke baan is 34 % smaller dan een baan waarbij gebruik wordt gemaakt van beide servicevakken.
De KNLTB adviseert dan ook om de oranje activiteiten, indien mogelijk, zoveel mogelijk op een volledige baanbreedte te spelen.

Mocht dit door ruimtegebrek niet mogelijk zijn, kunnen er 2 veldjes naast elkaar gemaakt worden. De tramrails tellen dan mee.

Vragen?
Voor vragen kunt u zich altijd wenden tot de betreffende commissie Tennisstimulering of de coördinator Tennisstimulering:
Voorzitter Tennisstimulering district West Brabant: Dhr. Alex Oonincx, tel. 06-38979481Voorzitter Tennisstimulering district Centraal Brabant: Mevr. Mieke Gadella, tel. 0416-336129Voorzitter Tennisstimulering district Oost Brabant: Mevr. Patricia Janssen, tel. 040-2542819Voorzitter Tennisstimulering district Limburg: Mevr. Sandra Tummers, tel. 045-5790708Coördinator Tennisstimulering: Janneke Verwoert, tel. 088-1302730 / j.verwoert@knltb.nl